Over liefde en literatuur

The God of Small Things

‘Who was he? Who could he have been? The God of Loss. The God of Small Things. The God of Goosebumps and Sudden Smiles. If he touched her, he couldn’t talk to her, if he loved her he couldn’t leave, if he spoke he couldn’t listen, if he fought he couldn’t win.’

 

Ik wil u iets vertellen over liefde en literatuur. Waarom over die twee? Omdat – voor mensen zoals ik – die twee onontbeerlijk zijn in het leven. En omdat – wederom voor mensen zoals ik – die twee vaak hand in hand gaan of zich gewoon toevallig samen aandienen. Dat werd nog maar eens duidelijk toen ik The God of Small Things van Arundhati Roy ontdekte. Een voorgeschiedenis.

In het zesde middelbaar moesten we voor de les Engels een boek naar keuze lezen, dat we dan op het mondelinge examen zouden bespreken. Nee, ik koos niet voor Roy. Ik wou één van de Grote Auteurs lezen en na lang en wijs beraad, met The Waves van Virginia Woolf als belangrijkste tegenstrever (maar de gemiddelde achttienjarige moet zijn grenzen kennen over wat hij wel en niet in het Engels aankan) viel de eer te beurt aan F. Scott Fitzgeralds Tender is the Night – nog zo’n boek over liefde, maar dan over het teneinde lopen ervan. Het was een meisje uit mijn klas die Roy las. Ze had het boek gevonden in de bibliotheek en het voldeed voor haar aan alle eisen: in het Engels en niet dikker dan voor de opdracht absoluut nodig was. Zo hoorde ik voor het eerst over The God of Small Things en Arundhati Roy op een woensdagvoormiddag, tijdens het vierde lesuur, in de studiezaal. Diezelfde avond zocht ik het op in mijn exemplaar van 1001 boeken die je gelezen moet hebben en jawel, daar stond ze, in diezelfde encyclopedie waarin men Het huis met de geesten en Honderd jaar eenzaamheid waardig genoeg had bevonden. Ruim een jaar later, staarde de groenkleurige kaft met het paarse bloempje en daarboven in witte letters The God of Small Things me van op een boekenplank aan. Het was een beetje zoals het meisje zien waarop je later verliefd zal worden. Je weet het nog niet, maar iets trekt je aan. Je vindt haar leuk, maar je weet nog niet precies hoe leuk. En dan neem je haar mee naar huis. Gelukkig maar.

Zeggen waarover The God of Small Things gaat, zou hetzelfde zijn als verklaren waarom we op dat ene meisje verliefd geworden zijn. We geven een heleboel dingen die we mooi vinden, maar weten tegelijk dat de essentie steeds ontsnapt. Laat het er ons op houden dat het boek het verhaal vertelt van de twee-eiige tweeling Estha – Elvis the Pelvis – en Rahel – S. Insect – die opgroeien in India en net als hun hele familie geplaagd worden door ‘The Love Laws’, die bepalen ‘who should be loved, and how. And how much’. Wanneer ze zeven jaar zijn, krijgen ze bezoek van hun Engelse nichtje, Sophie Mol, wat de start is van een reeks tragische gebeurtenissen. In haar unieke proza geeft Roy inzicht in de manier waarop de kinderen de gebeurtenissen beleven. Ze maakt gebruik van hoofdletters om belangrijke ideeën in hun hoofdjes te benadrukken, van typische kinderdenkpatronen en een ontzettend inlevingsvermogen om de lezer alles door hun ogen te laten beleven.

Sinds jaar en dag hebben mensen over de liefde geschreven, maar zelden gebeurde dat zo gevoelig en sensueel als in het poëtische proza van Arundhati Roy. Alles wat je over liefde weten moet, alles wat je door liefde voelen kunt, steekt er in. Ze laat je lachen, ze laat je wenen. Ze reikt tot in het diepste van je mens-zijn. Met beschrijvingen die sidderingen door je hele lijf sturen, houdt ze je blad na blad aan haar personages geklemd, betoverd door de adembenemende wereld die ze ergens tussen realiteit en fantasie opbouwt. Want laat het duidelijk zijn: er zit ook heel wat realisme in haar verhaal. Kritiek op het Indische klassensysteem, bijvoorbeeld. Of op de typische mannenmaatschappij die haar land nog altijd is. De schrijfster – die op “The Most Influential People of 2014” van Time prijkte, omwille van haar politieke verzet tegen globalisering en activisme – toont zich een intelligente vrouw met een grote sociale bewogenheid. Toch schrijft ze met een ontzettende liefde over haar Anglofiele bourgeoisfamilie en in het bijzonder over de tweeling, die gefascineerd wordt door het verhaal van Julius Caesars onfortuinlijke dood – ‘Et tu? Kochu Maria?’ – en die, beledigd omdat ze een kinderboek cadeau krijgen, achterstevoren gaan lezen – ‘Satan in their eyes, Seye rieht ni natas’terwijl hun nonkel op weg naar The Sound of Music bekende schrijvers citeert. Tussen de lijnen is Roy’s enige roman dan ook een liefdesverklaring aan de literatuur en cultuur in het algemeen, zoals ook Flaubert’s Parrot en Als op een winternacht een reiziger dat zijn.

The God of Small Things gaat over de ongeschreven wetten en conventies die ons leven bepalen en waardoor we ons enkel aan de kleine dingen kunnen vastklampen. Het gaat over de ‘Love Laws’ die beslissen ‘who should be loved, and how. And how much’. En ik hou van Roy. Mateloos.

Written by