Harper Lee en haar meesterlijke spotvogel

To Kill a Mockingbird

Mark Twain zei ooit dat een klassieker een boek is dat iedereen wil gelezen hebben maar niemand echt wil lezen. Wel, voor To Kill a Mockingbird zou je toch zeker een uitzondering op deze onofficiële regel moeten maken – net zoals voor de zoveel andere pareltjes die deze site vullen. De roman van Harper Lee uit 1960 draait volledig – wel, toch op z’n minst een hoofdstuk – rond de rechtszaak van Tom Robinson, een zwarte man beschuldigd van de verkrachting van een blank meisje, maar Lee schetst de achtergrond zo in detail dat het eigenlijke verhaal bijzaak lijkt en de jeugd van Jem en Scout Finch en het mysterie rond Boo Radley de overhand nemen.

Het boek toont ons het dagdagelijkse leventje in Maycomb, gezien door de jonge ogen van de ondeugende maar daarom niet minder onschuldige Jean Louise Finch, beter bekend als Scout. Elke inwoner van hun stadje heeft zijn vaste plaats in hun gemeenschap deep in the south en ook in het leven van Scout, haar oudere broer Jem en hun vakantievriendje Dill – die tevens gebaseerd is op Lee’s jeugdvriend en auteur Truman Capote -, die niets liever doen dan plannetjes smeden om Boo Radley uit zijn huis te lokken. Boo, of liever Arthur Radley, komt al jarenlang het huis niet meer uit en zeer weinig mensen hebben hem ooit gezien, vandaar dat zijn mysterieuze aanwezigheid een natuurlijke bron van inspiratie wordt voor de toneeltjes die de Finch kinderen zo graag opvoeren in hun tuin voor hun tante, huishoudster, en toevallige voorbijgangers.

Ondanks het feit dat het boek enkele zware thema’s zoals vooroordelen, racisme, verkrachting en moord behandelt, blijft het verhaal verrassend draaglijk en op vele momenten zelfs humoristisch – iets dat enkel te wijden kan zijn aan het jonge, om niet te zeggen kinderlijke standpunt waarin het boek geschreven is. Het boek vindt een goede balans tussen zware onderwerpen en lichte zoals de kleine akkefietjes die Scout en Jem met elkaar hebben of met de buren. Het zijn die kleine, lichte situaties die het dorpje een wereld op zich maken voor de lezer, herkenbaar en dus zeer toegankelijk. En het wordt enkel nog maar toegankelijker door het zuiderse Engels, met die grammaticale fouten en uitgerekte accenten die o zo leuk in de oren klinken (It ain’t silly, y’know. It’s real nice.)

Het boek komt wat traag op gang en blijft voor een lange tijd aan dit marathontempo doorgaan, met uitzondering voor enkele sprintscènes zoals onder andere ook de rechtszaak van Tom Robinson. Het boek openslaan is waarschijnlijk het moeilijkste want eens je weer in die drive zit, zal je hem niet snel neerleggen. Aan een razendsnelle pageturner moet je je dus niet verwachten, maar dat wil daarom niet zeggen dat de pages niet met veel plezier geturnd zullen worden. Een op-het-gemak-boekje dat perfect is om te lezen terwijl je ofwel in de zon ligt met je favoriete godendrankje ofwel in je zeteltje voor het haardvuur opkrult terwijl de regen op de ramen tikt. Kortom, het is een tijdloos portret van een gemeenschap doordrongen met waarden en vooroordelen die de dag van vandaag zelfs nog niet helemaal verdwenen zijn en waar men graag nog eens mee geconfronteerd wordt, al is het maar door het leuke vertelstandpunt.

 

 

 

Afbeelding: http://stageagent.com/shows/play/2081/to-kill-a-mockingbird

Written by