De Sherlock Holmes productiefout

221-Baker-Streets

Ik hoef u waarschijnlijk niet te vertellen dat Sherlock Holmes voor de zoveelste keer in de geschiedenis weer helemaal sexy is.

Sinds de inkt van Sir Arthur Conan Doyle’s eerste verhalen over de detective toch wel bijna droog was, is onze wereld overspoeld door een lange maar kleurrijke lijst “gebaseerd op de gigantische Sherlock Holmes en dokter Watson hype”-s. En hoe gevarieerd die allemaal ook mogen zijn, ze hebben één iets gemeen: aan hun grondslag ligt een grote liefde voor de excentrieke detective en zijn vriend. Hoe vreemd Doyle, die zijn personage best snel beu was, dat ook moge vinden.

221 Baker Streets, 221 Sherlocks, 221 Johns

Variatie alleszins troef in Two Hundred and Twenty-One Baker Streets, een collectie kortverhalen uit 2014, geschreven door hedendaagse auteurs met een hart voor Holmes. De verhalen zijn verzameld door David Thomas Moore, die in de inleiding schrijft gemerkt te hebben dat veel adaptaties van Doyle’s werk de bal volledig misslaan als het gaat om de interpretatie van de personages. Zijn eerste bedoeling met deze verzameling is dan ook om aan te tonen dat, hoe ver je ook afwijkt van Doyle’s verhaalinhoud, het niet moeilijk is om trouw te blijven aan zijn essentie. “Fun, clever, haunting, sad, scary, strange and weird, here are Sherlock Holmes and Dr. John Watson as they never were… and really are”, schrijft Moore. Jammer dan, dat hij niet lijkt te zien dat er op dat vlak dan toch wat schort aan zijn collectie.

Ontrouw

Begrijp me niet verkeerd, er zitten een paar werkelijk geweldige verhalen tussen. De vrouwelijke Holmes in “All the Single Ladies” rocks the place, “Parallels” verweeft op heerlijk complexe manier verschillende verhaalniveaus en “The Adventure of the Speckled Bandana” dóét het gewoon, puur op originaliteit. En hoewel het misschien net iets overtuigender kon, neem ik mijn hoed af voor “The Final Conjuration”, dat zich afspeelt in een fantasywereld gedomineerd door zeven “great Wizard-Lords”. Als laatste wil ik u ook mijn favoriete hoogtepunt van de collectie niet ontnemen, namelijk “A Study in Scarborough” door de onverbeterlijke Guy Adams, die hoe langer hoe meer een grote naam begint te worden in de Sherlockiaanse wereld. Met als startpunt de hele Holmes-hype zelf bouwt Adams een verhaal rond Watson dat langzaam maar zeker dezelfde spanning krijgt van een geweer tegen je hoofd.

Maar, beste meneer Moore, als je een anthologie wil samenstellen rond authentieke personages, dan zijn enkele terreinen out of bounds. Ondanks de ontelbare Johnlock-fantasieën die de media rijk zijn, moet je bijvoorbeeld niet komen aandraven met een Holmes die een relatie aangaat met Watson (of met gelijk wie tout court). Of met een extreem pessimistische Holmes, die zich bijna bijgelovig ongemakkelijk – nee, tot op het angstige toe – voelt in een leegstaand huis uit zijn kindertijd. Of een badass Mrs Hudson en een dodelijk jaloerse Watson. Dat zijn niet Doyle’s personages “as they really are”.

Geen vandaag zonder gisteren

Ik zeg niet dat dit slechte verhalen zijn. Ik zeg wel dat ze, mijns inziens, niet voldoen aan Moore’s eigen idee van de échte Holmes en Watson. Ikzelf heb echter absoluut geen probleem met adaptaties die een loopje nemen met het bronmateriaal. Arthur Conan Doyle is God niet en heeft zelf ooit over zijn personage tegen een theatermaker gezegd: “You may marry him, murder him, or do anything you like to him.” Hoe absurder en verregaander het materiaal, hoe rijker de cultuur errond ook wordt. Laat de voorgaande paragraaf daar een bescheiden voorbeeld van zijn.

Sidney Paget

Daarbovenop kan je geschiedenissen zoals die van Sherlock Holmes niet simpelweg aan de kant schuiven. Doyle’s verhalen zijn al ontelbare keren geherinterpreteerd en dat heeft er heel vaak net toe geleid dat de oorspronkelijke ook weer populair werden. Denk maar aan Sidney Pagets beroemde illustraties, Clive Brook die de catchphrase “Elementary, my dear Watson, elementary” lanceerde of Billy Wilders film The Private Life of Sherlock Holmes. Zo’n erfenis is moeilijk weg te denken.

In ’t kort

Dus misschien moeten we ons afvragen of Moore niet gewoon een ongelukkige startpositie innam toen hij het idee voor de verzameling bedacht. Het verzoenen van afwijkende verhalen met zo getrouw mogelijke personages mag dan wel een nobele ode aan Arthur Conan Doyle zijn, de vraag lijkt eerder of dat wel mogelijk (en belangrijk) is. Als Moore een anthologie wilde publiceren met Holmes en Watson “as they really are”, had hij misschien moeten starten met een definitie van wat de “echte” personages volgens hem dan zijn. Want nu lijkt er toch ergens een discrepantie te zitten tussen de redacteur en de bijdragers aan het boek.

Gelukkig neemt al het vorige niets weg van de kwaliteit van het boek. De meerderheid van de verhalen zijn een groot plezier om te lezen, en allemaal zijn ze geschreven met een passie voor de excentrieke detective en zijn goede vriend. Als toegewijde Holmesfan raad ik het boek alleszins aan, zeker aan lezers die wel interesse hebben in goede Sherlock Holmesfanfiction, maar niet goed weten waar gestart.

The game, dear readers, is afoot!

Written by